Is het vaarbewijs moeilijk?

Het halen van het vaarbewijs is moeilijk. U krijg voor het examen vaarbewijs 1 veertig meerkeuzevragen en u krijgt 1 uur examentijd. De vragen worden door veel mensen als lastig ervaren en de antwoorden lijken op elkaar. De nautische termen (vakjargon) maken het er niet gemakkelijker op. Maar met de juiste voorbereiding en door goed de examenvragen te lezen is het zeker te doen.

Voorbeeld van een voorrangsregel

De algemene voorrangsregel is:

  • - Grote schepen (schepen groter dan 20 meter) hebben voorrang op kleine schepen.
  • - Dan kleine zeilschepen
  • - Dan roeiboten/ kano’s(door spierkracht aangedreven vaartuigen)
  • - Dan (kleine) motorschepen.

Dus voor kleine schepen geldt: Zeil gaat voor spier, spier gaat voor motor.

Moeilijk drukte op het water

Maar er is meer aan de hand….

In het Binnenvaart Politiereglement mag u het ‘bovenmaats zeegaand schip’ bovenaan zetten. Volgens art. 10.08 BPR moet elk schip voorrang verlenen aan zo’n schip dat vanwege z’n diepgang of lengte slechts op een bepaalde plaats in het vaarwater kan varen.

Ten tweede zijn in hoofdstuk 6 van het BPR, na de algemene bepalingen (art.6.01 t/m 6.03), drie ‘clusters’(zie ook art.6.01lid 1a,b,c,d) van vaarregels te ontdekken:

A. Voorbijvaren op tegengestelde koersen (zeg maar ‘ontmoeten’; art.6.04 t/m 6.08 BPR).
B. Oplopen en voorbijlopen (art.6.09 t/m 6.11 BPR).
C. Alles wat tussen A en B in zit: ‘koerskruisen’, te verdelen in:

  • -‘oneigenlijke’ koerskruissituaties, zoals keren (art.6.13 BPR), wegvaren (art.6.14 BPR), samenkomst hoofdvaarwater met nevenvaarwater/haven (art.6.16 BPR) en veerponten (art.6.23BPR)
  • -‘zuivere’ koerskruissituaties (art.6.17 BPR) Bij al die gevallen (A of B of C) kan het van belang zijn
  • - of er tegenstroom of vóórstroom wordt gevaren
  • - of een schip groot is of klein
  • - of een schip stuurboordwal vaart
  • - of er aan stuurboordzijde een hindernis of binnenbocht is
  • - of een zeilschip over stuurboordboeg of over bakboordboeg zeilt
  • - of een klein schip een klein motorschip is of een klein zeilschip of door spierkracht wordt voortbewogen

De volgorde van de omstandigheden hierboven is willekeurig. In elk lid van een artikel van het BPR staat aangegeven of zo’n omstandigheid een rol speelt. Als in een regel van het BPR staat ‘schip’ dan betreft dat grote en kleine schepen. Ten derde staat helemaal onderaan de regel dat ‘een snel schip geeft voorrang aan elk ander schip’ (art.6.02). Daar is geen uitzondering op.

Zie ook de site van de Vamex onder het hoofdstuk: struikelblokken

Ingewikkeld?

Ja het is zeker niet eenvoudig. Maar tijdens onze cursus zult u ervaren dat veel regels logisch opgebouwd zijn waardoor veel situaties minder moeilijk zijn dan ze lijken.

Welke manier van leren past bij u?

U hoeft geen cursus te volgen om het vaarbewijs te halen. Het gaat erom dat u slaagt voor het examen. U kunt kiezen voor zelfstudie (goedkoopste manier) of een cursus. Vaarbewijsexpert geeft alleen mondelinge cursussen. Wij geven spoedcursussen van 1 dag, maar ook lessen verspreid over meerdere avonden. Zowel privéles als groepslessen. De interactie, kennisoverdracht en moeilijke onderwerpen eenvoudig uitleggen vinden wij het allerleukst om te doen en daar zijn we goed in.

In de filmpjes hieronder ziet u het verschil in tijd en kosten tussen zelfstudie en het volgen van een cursus.